Pastoraal artikel april/mei 2020

Eind april, begin mei zien we jaarlijks uit naar de dagen van Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Dit jaar vieren we dat het 75 jaar geleden is dat onze vrijheid is hersteld, na vijf jaren van onderdrukking tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien is vrijheid een groot goed. De huidige coronacrisis maakt dat maar al te zeer duidelijk; juist in een jaar dat wij bevrijding zouden gaan vieren, worden we gevangen gehouden door een onzichtbare vijand. Omwille van de volksgezondheid heeft de regering voor de publieke ruimte allerlei beperkende maatregelen afgekondigd. Wij kunnen niet meer gaan of staan waar wij willen. Een aanzienlijke inperking van ons gaan en staan, maar allemaal om levens te redden: van anderen en van onszelf. De grote vraag is hoe lang wij deze ingeperkte vrijheid zullen accepteren.

In het Oude Testament kennen we het verhaal van de Uittocht uit Egypte. Onder de hoede van Mozes trekt Israël door de woestijn naar het land van belofte; het land van melk en honing. Maar de tocht is zwaar. Bij gebrek aan water, ontstaat er onvrede. De ontberingen worden zó groot, dat het volk terug gaat verlangen naar Egypte. Men was er weliswaar onvrij maar er was tenminste voldoende eten en drinken. De onvrede leidt uiteindelijk tot een morren tegen Mozes en uiteindelijk ook tegen God.

Dit verhaal uit vervlogen tijden kan ons in de huidige tijd nog iets zeggen. Allereerst houdt het ons de spiegel voor, dat tij­dens een las­tig heden het verle­den ge­mak­ke­lijk wordt geïdealiseerd. Met regelmaat denken wij verlangend terug aan de tijd ‘vóór de corona­cri­sis’, een soort van “Toen was geluk nog heel gewoon…”. Ten tweede: ontzeggingen in het heden worden gemakkelijker geaccepteerd als er een concreet te verwachten toekomst is. Voor het volk in de woestijn was het beloofde land van melk en honing nog ver weg. Men was in de hitte van de woestijn bezig met de eerste levensbehoeften zoals water en voedsel. Zo komen wij bij de spannende vraag of in de huidige situatie het perspectief voor ons duidelijk genoeg is. Het resultaat van de maatregelen is ongetwijfeld een daling van zieken en doden. Maar is dat voldoende om het nog even vol te houden? Zullen wij onze onderlinge betrokkenheid volhouden en alle inperkingen van onze vrijheden blijven tolereren? Als je ziet en luistert, ontstaan er steeds meer scheurtjes ondanks de oproepen van onze bestuurders. Beginnen wij ook te morren?

Als christenen zijn wij misschien wel de kunstenaars van het ‘uithouden’ bij uitstek, omdat we een toekomst bij God verwachten die zich pas over de grens van de dood aandient. Tot die tijd, die ‘hopelijk’ nog lang zal duren, mogen we ons richten op de zaken die er écht toe doen, om zo goed als die God te zijn.

Pastoor Casper Pikkemaat