Pastorpraat voor de veertigdagentijd.
Tijdens de veertigdagentijd krijg ik wel eens de vraag, soms ook wat ironisch gesteld: “pastoor, mogen we nu geen koekje, want het is toch vasten?”
Mijn antwoord is dan wel eens: “u snoept maar rustig door, dat is aan u, want daar gaat het in deze vastentijd niet om. Maar wel dat we ruimte maken voor God en voor elkaar. Dat we werk maken van ons geloof.”
Aan het begin van de veertigdagentijd worden ons in het evangelie van Aswoensdag door Jezus drie oefeningen gegeven.
Namelijk vasten, aalmoes geven en bidden. Jezus legt bij deze wijze van leven niet de nadruk op hoe stevig je vast, hoeveel je bidt of hoeveel aalmoezen je geeft. Maar Hij wijst op de intentie van waaruit deze werken van gerechtigheid beoefend worden. En deze intentie wordt door de ogen van God gezien. Vasten wil zeggen: ik probeer los te komen van mijn eigen ik, om zo de kwetsbaarheid van me zelf te ervaren. Juist op momenten dat ik trek krijg kan ik gaan beseffen dat het niet altijd zomaar vanzelfsprekend is dat ik me zo maar weer kan voeden, of zomaar de kraan kan opendraaien. Het wijst me op de nood en de onrechtvaardigheid die door de gebrokenheid ons leven binnenkomt. En waar heel veel mensen op deze aarde mee te maken hebben. Het is de armoede waar velen mee moeten leven. Dit bewust worden van deze armoede kan me tot inkeer brengen. Hoe ga ik om met de schepping ons gegeven.
Aalmoes geven is gericht op je naasten, en wil zeggen tegen de ander: “ik heb je nood gezien en dat raakt me. Ik wil je tot steun zijn”. Oprecht een aalmoes geven is niet een paar euro in een collectemandje doen, maar het vraagt van je om jezelf aan de ander te durven geven. Zou een aalmoes geven in onze tijd niet betekenen: wat tijd vrij te maken en aandacht te schenken aan hen die er om vragen, soms heel dichtbij in je gezin, je familie je vrienden, maar ook aan vreemden die vragen om hulp en aandacht?
Bidden is gericht op God. Wanneer je oprecht bidt, durf je je afhankelijk te maken van onze hemelse Vader. Je legt je leven in Zijn handen. Hiermee erken je ook dat je niet alles in de hand hebt en dat je eindig bent. Juist in het gebed is het mogelijk de relatie met God te verdiepen en tot het besef te komen dat God van je houdt als liefdevolle vader, je nabij wilt zijn over de dood heen. Bidden, vasten en aalmoezen geven zijn veeleer een manier leven die je gevoelig maakt voor wat werkelijk belangrijk is in het leven, mits dit vasten, bidden en aalmoes geven niet gericht is op eigenbelang.
Tenslotte zijn onze prestaties en roem even vergankelijk als ons leven zelf. Bidden, vasten, aalmoezen geven: dat het ons ruimte mag geven om ons hart te openen voor God en voor elkaar.
Ik wens u een goede voorbereidingstijd toe op weg naar Pasen.
Pastoor Hans Hermens